• 1

Per 1 januari 2016 is een nieuwe fase ingegaan voor het Europese landbouwbeleid. Binnen dit beleid is de eerste pijler gericht op directe betalingen en vergroening. In de tweede pijler is het agrarisch natuur- en landschapsbeheer ondergebracht. Daarbij is een centrale rol weggelegd voor zogenaamde collectieven, gedefinieerd als ‘een groep boeren en andere landgebruikers’.

Het nieuwe systeem met de collectieven moet er toe leiden dat het natuurresultaat beter wordt en dat de uitvoeringkosten lager worden. In het oude systeem ging tussen de 40 en 50 procent van het budget op aan overheadskosten van de overheid. Het doel is om dit terug te brengen tot 15 procent, zodat er meer geld beschikbaar is voor de agrariërs die het beheer uitvoeren.

In 2015 zijn er in heel Nederland collectieven opgericht, zo ook het Collectief Utrecht Oost. Er zijn werkprocedures ontwikkeld, een kwaliteitshandboek opgesteld en in 2016 is het collectief officieel gecertificeerd.